ECLI:NL:RBHAA:2006:AU9901
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan schulden deurwaarderskantoor
Verzoeker, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en lid van de maatschap verbonden aan een gerechtsdeurwaarderskantoor, heeft een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend. De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of verzoeker te goeder trouw was bij het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden.
Uit het dossier en de zitting blijkt dat het deurwaarderskantoor een sterke groei doormaakte met een forse stijging van omzet en kosten, resulterend in een groot verlies in 2003. De leden van de maatschap, waaronder verzoeker, hielden zich onvoldoende bezig met management en financiële controle. De financiering van de bedrijfsvoering vond deels plaats met geld van kwaliteitsrekeningen, ondanks afspraken en waarschuwingen.
Hoewel verzoeker formeel niet bevoegd was over deze rekeningen te beschikken, was hij op de hoogte van het gebruik ervan en heeft hij geen maatregelen genomen. De lening bij de bank werd aangegaan terwijl al sprake was van een negatieve bewaarpositie en verslechterde liquiditeitspositie, wat twijfel oproept over de verantwoordbaarheid van deze lening.
Verder namen de maten hoge management fees op, ondanks de financiële problemen. De rechtbank concludeert dat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van de schulden en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden.