ECLI:NL:RBHAA:2006:AV5215
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Leijdekker
- A.A. Fase
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijk loon directeur-grootaandeelhouder niet lager vastgesteld dan 84.000 gulden
Eiser, directeur-grootaandeelhouder van meerdere vennootschappen, voerde aan dat zijn gebruikelijk loon lager dan ƒ 84.000 moest worden vastgesteld vanwege zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en beperkte werkzaamheden. Hij stelde dat zijn tijdsbesteding aan de onderneming slechts circa vijf minuten per week bedroeg en dat de omzet niet het niveau van vóór 1999 had bereikt.
De inspecteur had voor de jaren 1999 tot en met 2001 een gebruikelijk loon van ƒ 84.000 vastgesteld en navorderingsaanslagen opgelegd. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslagen, dat door de inspecteur werd afgewezen, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het gebruikelijk loon lager moest zijn dan ƒ 84.000. Dit oordeel baseerde de rechtbank op het feit dat de vennootschap aanzienlijke kosten maakte die niet strookten met een minimale tijdsbesteding, dat eiser de enige werknemer was, dat hij een wezenlijke rol speelde in de onderneming, en dat er geen sprake was van een structurele verlieslijdende onderneming. Ook het feit dat in latere jaren hetzelfde loon werd gehanteerd, speelde een rol.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het gebruikelijk loon niet te hoog was vastgesteld. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het gebruikelijk loon van ƒ 84.000 wordt bevestigd.