ECLI:NL:RBHAA:2006:AV7917
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens alcoholverslaving en arbeidsongeschiktheid
De werknemer is sinds 1996 in dienst en sinds december 2004 arbeidsongeschikt vanwege hartklachten. Vanaf oktober 2005 werkte hij gedeeltelijk, maar per februari 2006 is hij weer volledig arbeidsongeschikt. De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een incident waarbij de werknemer kennelijk dronken op het werk verscheen en weigerde instructies op te volgen. De werkgever stelde dat dit een dringende reden opleverde en dat de arbeidsrelatie ernstig was verstoord.
De werknemer ontkende dronkenschap en stelde dat zijn onzekere gang het gevolg was van duizelingen door hartfalen. Hij gaf aan behandeld te worden voor zijn alcoholverslaving en wilde terugkeren in dienst. De kantonrechter overwoog dat de werkgever onvoldoende inspanningen had geleverd om de werknemer te helpen bij zijn verslaving, slechts een waarschuwing had gegeven en geen daadwerkelijke hulp had geboden.
Hoewel het incident ernstig was, was het de eerste keer dat zich een dergelijk voorval voordeed en waren er geen ongelukken gebeurd. De kantonrechter achtte de alcoholproblematiek en de omstandigheden onvoldoende voor een dringende reden tot ontbinding. Ook was er geen zodanige verandering van omstandigheden dat ontbinding gerechtvaardigd was. De reflexwerking van het opzegverbod bij ziekte speelde een belangrijke rol in de beslissing.
Het verzoek tot ontbinding werd daarom afgewezen en iedere partij draagt haar eigen kosten.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens ontbreken van dringende reden en onvoldoende hulp door werkgever.