ECLI:NL:RBHAA:2006:AW3136
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde na verbouwing en toepassing artikel 26a Wet Woz
Eiser, eigenaar van een woning, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2003, omdat deze volgens hem te hoog was en niet de verbouwing in de periode 2003-2005 weerspiegelde.
Verweerder had aanvankelijk de waarde vastgesteld op basis van de toestand per 1 januari 2003, maar in de bezwaarfase de waarde aangepast naar de toestand per 1 januari 2005, conform artikel 19, eerste lid, Wet Woz, vanwege een verbouwing van 210 m3.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de beschikking heroverwoog en de waarde op € 516.396 stelde, waarbij de drempel van artikel 26a Wet Woz niet werd overschreden. Daarom werd het beroep van eiser ongegrond verklaard.
De rechtbank wees tevens op de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie en benadrukte de formele vereisten daarvoor.
Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van € 518.516 met toepassing van artikel 26a Wet Woz.