ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6387
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C.M. Rutten
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens detentie langer dan één maand
Eiser had een WAO-uitkering die door verweerder werd ingetrokken op grond van artikel 43, lid 5, WAO vanwege detentie. De detentie duurde van 28 oktober 2005 tot 8 december 2005, waarbij de intrekking van de uitkering inging vanaf 28 november 2005, het moment waarop de detentie langer dan één maand duurde. Eiser maakte bezwaar tegen deze intrekking en stelde dat hij twee weken te lang in voorlopige hechtenis had gezeten en was het niet eens met de reden van detentie.
De rechtbank overwoog dat onder de zinsnede “rechtens zijn vrijheid ontnomen” ook voorlopige hechtenis valt, conform een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank stelde vast dat eisers vrijheid rechtens was ontnomen gedurende de gehele periode van detentie en dat de intrekking van de uitkering op juiste gronden was gebaseerd. De omstandigheden die tot de detentie hebben geleid, zijn volgens de rechtbank niet relevant voor de beoordeling.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A.C.M. Rutten op 7 augustus 2006.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de WAO-uitkering wegens detentie langer dan één maand wordt ongegrond verklaard.