ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6446
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Leijdekker
- A.A. Fase
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Navordering en boete bij contante buitenlandse beloning in inkomstenbelasting
Eiseres, bestuurder van A BV, ontving in 1998 een contante extra beloning in Duitsland, die niet in haar belastingaangifte werd vermeld. Verweerder legde een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op wegens het niet aangeven van deze inkomsten.
De kern van het geschil betrof de toepasselijkheid van de gewone navorderingstermijn van vijf jaar versus de verlengde termijn van twaalf jaar voor buitenlandse inkomsten. Eiseres stelde dat de beloning niet in het buitenland was gehouden of opgekomen en dat de boete disproportioneel was. Verweerder betoogde dat de beloning in Duitsland was ontvangen en dat sprake was van een verborgen doorbelasting, waardoor de verlengde navorderingstermijn van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder uitstel had verleend voor de aangifte, waardoor de navordering binnen de gewone termijn was opgelegd. Daarnaast werd geoordeeld dat eiseres willens en wetens te weinig belasting had betaald, waardoor de boete passend was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en boetebeschikking gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en boetebeschikking worden gehandhaafd.