ECLI:NL:RBHAA:2006:AY9323
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij voorlopige voorziening statutair bestuurder
In deze zaak vordert verzoeker, statutair bestuurder van Metier Plancon B.V., een onmiddellijke voorziening bij voorraad tegen het ontslag op staande voet dat hij betwist. De kantonrechter onderzoekt de bevoegdheid om over deze vordering te oordelen.
Volgens artikel 2:241 BW Pro is de kantonrechter niet bevoegd om voorlopige voorzieningen te treffen in zaken waarbij een statutair bestuurder betrokken is, omdat artikel 254 lid 4 Rv Pro dan niet van toepassing is. Dit betekent dat de zaak bij de gewone voorzieningenrechter moet worden ingediend.
De kantonrechter overweegt dat hoewel formeel sprake is van onbevoegdheid, er geen absolute onbevoegdheid is in de zin van artikel 72 Rv Pro omdat een andere rechter binnen dezelfde rechtbank bevoegd is. Verwijzing naar de gewone voorzieningenrechter is echter niet mogelijk op grond van artikel 71 Rv Pro, omdat dit artikel niet ziet op voorlopige voorzieningen.
Daarom blijft slechts afwijzing van de vordering over. De kantonrechter wijst de vordering af en veroordeelt verzoeker in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering af wegens onbevoegdheid om voorlopige voorziening te treffen voor statutair bestuurder.