ECLI:NL:RBHAA:2006:AY9525
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering loondoorbetaling na betwiste beëindiging arbeidsovereenkomst
Eiseres was sinds 1 april 2006 in dienst bij Sfinx Bodycare en werkte 36 uur per week tegen een nettoloon van €885. Op 23 mei 2006 werd de arbeidsovereenkomst aangepast naar 35 uur per week tegen €830 netto. Vanaf 1 juni 2006 werkte eiseres niet meer en zij was arbeidsongeschikt door zwangerschapsklachten. Sfinx betaalde vanaf juli 2006 geen loon meer. Eiseres vorderde in kort geding loondoorbetaling vanaf juli 2006.
Sfinx stelde dat partijen op 31 mei 2006 tijdens een functioneringsgesprek overeenkwamen de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2006 te beëindigen, met betaling van nog een maand salaris. Een beëindigingsovereenkomst werd ondertekend door partijen. Eiseres betwistte de datum en inhoud van het ondertekende stuk en stelde dat zij niet had ingestemd met ontslag.
De kantonrechter oordeelde dat het voorshands aannemelijk is dat eiseres bewust heeft ingestemd met de beëindiging, mede gelet op het ondertekende stuk en verklaringen van vennoten. Omdat onvoldoende aannemelijk is dat eiseres in een bodemprocedure gelijk krijgt, werd de voorlopige voorziening afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot loondoorbetaling wordt afgewezen omdat eiseres voorshands bewust heeft ingestemd met beëindiging arbeidsovereenkomst.