ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1004
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WW-uitkering wegens vermeende benadelingshandeling werknemer
Eiseres was werkzaam bij een werkgever die wegens reorganisatie een ontslagvergunning kreeg en de arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 augustus 2005. Eiseres vroeg een WW-uitkering aan die per die datum werd toegekend, maar de uitbetaling startte pas op 1 september 2005 vanwege een vermeende benadelingshandeling. Verweerder stelde dat eiseres bij de kantonrechter geen verzoek had gedaan om rekening te houden met de fictieve opzegtermijn of een schadevergoeding toe te kennen, wat volgens verweerder een benadelingshandeling is.
Eiseres betoogde dat het verzoeken van een schadevergoeding weinig kans van slagen had omdat het Sociaal Plan geen vergoeding voorzag en dat het niet doen van een dergelijk verzoek volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep geen benadelingshandeling is. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende onderbouwde waarom in dit geval toch sprake zou zijn van een benadelingshandeling.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder te ongenuanceerd is en dat het enkele feit dat eiseres geen schadevergoeding heeft gevraagd bij de kantonrechter geen benadelingshandeling oplevert. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging en uitstel van de WW-uitkering wegens vermeende benadelingshandeling wordt vernietigd en de proceskosten worden vergoed.