ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1166
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging bijstandsuitkering wegens vermeerd vertrek naar andere gemeente
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Haar woning werd op 14 augustus 2006 ontruimd. Verweerder schortte de uitkering op per 1 augustus 2006 wegens vermeende schending van de informatieplicht en beëindigde deze per 21 augustus 2006 omdat verzoekster naar een andere gemeente zou zijn vertrokken.
Verzoekster maakte bezwaar tegen beide besluiten en verzocht om voorlopige voorzieningen. Zij stelde dat zij tijdig haar verblijfplaatsen had gemeld en dat zij niet woonachtig was in de vermeende andere gemeente. Verweerder had onvoldoende onderzoek gedaan naar haar situatie en had de uitkering onterecht beëindigd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de enkele mededeling dat verzoekster tijdelijk bij haar nicht in Amsterdam verbleef onvoldoende was om de uitkering te beëindigen. Verweerder had nader onderzoek moeten doen, bijvoorbeeld door verzoekster op te roepen voor nadere toelichting. De beslissing tot beëindiging kon daarom niet standhouden.
De voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de uitkering werd toegewezen, terwijl het verzoek tegen de opschorting werd afgewezen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: De voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de bijstandsuitkering wordt toegewezen vanwege onvoldoende onderzoek door verweerder.