ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ2093
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C.M. Rutten
- M.J.S. Korteweg - Wiers
- J.M. Ghrib
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring maximering maatman op 38 uur in Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
Eiser, arbeidsongeschikt verklaard en werkzaam als pijpoperator, betwistte de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij het UWV de maatman heeft gemaximeerd op 38 uur per week. De rechtbank onderzocht of de medische rapportages waarop het besluit was gebaseerd zorgvuldig en juist waren opgesteld en oordeelde dat hieraan geen twijfel bestond.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 10 van Pro het Schattingsbesluit 2004, waarin het aantal uren van de maatman werd gemaximeerd op 38 uur per week. De rechtbank sloot zich aan bij eerdere uitspraken van andere rechtbanken en oordeelde dat deze maximering de grenzen van de gedelegeerde bevoegdheid van artikel 18, achtste lid, WAO overschrijdt.
De rechtbank stelde dat het vaststellen van de reële verdiencapaciteit niet kan worden beperkt door een maximering van de maatmanuren en dat een dergelijke regeling in de WAO zelf moet worden vastgelegd. Hierdoor verklaarde de rechtbank de bepalingen over de maximering onverbindend en vernietigde het bestreden besluit.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Het hoger beroep staat open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de maximering van de maatman op 38 uur per week onverbindend en vernietigt het bestreden besluit.