ECLI:NL:CRVB:2001:AB1847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens medische beperkingen
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) trok de WAO-uitkering van gedaagde in per 1 oktober 1996, omdat zij volgens appellant niet arbeidsongeschikt zou zijn in die mate dat zij haar eigen werk niet kon verrichten. Gedaagde maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten. Lisv ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde de medische rapporten, waaronder die van psychiater Kazemier en deskundige Van Eekeren, die concludeerden dat gedaagde vanwege ziekte of gebrek haar complexe functie niet volledig kon vervullen. De Raad oordeelde dat het oordeel van deze deskundigen doorslaggevend was en dat het ontbreken van een eenduidige diagnose niet uitsluit dat sprake is van arbeidsongeschiktheid.
De Raad verwierp het standpunt van de verzekeringsarts Azimullah die afweek van het advies van de psychiater zonder controleerbare motivering. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde. Tevens werd een recht geheven van ƒ 675,- ten laste van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en veroordeelt appellant in de proceskosten.