ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ7156
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. Fase
- M.J. Leijdekker
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek uitgaven monumentenpand en levensonderhoud dochter in belastingaanslagen 2001 en 2002
Eiser maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2001 en 2002, met name omtrent de aftrek van uitgaven voor een monumentenpand en levensonderhoud van zijn dochter.
De rechtbank oordeelde dat de uitgaven voor de verbouwing van het monumentenpand in 2001 grotendeels in aanmerking konden worden genomen, met een aftrekpost van €64.501 na toepassing van de drempel. Voor de betalingsverplichting inzake de verbouwing werd een schuld van €16.600 erkend.
Ten aanzien van de aftrek voor levensonderhoud van de dochter werd vastgesteld dat zij in 2001 haar levenspatroon nog niet volledig had aangepast aan haar lagere inkomen, waardoor eiser grotendeels voor haar levensonderhoud opdraaide. Voor 2002 was dit niet het geval. Hierdoor werd het beroep voor 2001 gegrond verklaard en voor 2002 ongegrond.
De rechtbank stelde het belastbaar inkomen uit werk en woning voor 2001 op nihil en verlaagde het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen eveneens tot nihil. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag 2001 wordt gegrond verklaard met vermindering van het belastbaar inkomen, het beroep tegen de aanslag 2002 wordt ongegrond verklaard.