ECLI:NL:RBHAA:2006:BB4159
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- J. van de Merwe
- S.C.W. Douma
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vermindert naheffingsaanslag loonbelasting wegens niet-gespecificeerde kostenvergoeding aan homogene groep werknemers
Eiseres, een detacheringsbureau, betaalde tussen 1999 en 2001 aan haar gedetacheerde werknemers een vaste kostenvergoeding van ƒ 3 (€ 1,36) per dag. Het UWV en de Belastingdienst stelden dat een deel van deze vergoeding, met name voor representatiekosten, als loon moet worden beschouwd en legden een naheffingsaanslag en boete op.
De rechtbank oordeelt dat de vergoeding aan een homogene groep werknemers is verstrekt, maar dat eiseres niet heeft voldaan aan de eis dat de vergoeding per kostencategorie gespecificeerd moet zijn volgens artikel 47 van Pro de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Wel acht de rechtbank aannemelijk dat werknemers redelijkerwijs niet kunnen weigeren bij te dragen aan interne attenties.
De rechtbank stelt het belastingvrije deel van de vergoeding vast op ƒ 0,22 (€ 0,10) per dag en vermindert de naheffingsaanslag en boete dienovereenkomstig. Tevens wordt de naheffingsaanslag beperkt tot het jaar 2001 vanwege de oprichtingsdatum van eiseres. De brutering van de naheffing wordt verworpen omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de belasting wilde verhalen op werknemers.
De rechtbank veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep en cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de naheffingsaanslag en boete en stelt het belastingvrije deel van de kostenvergoeding vast op ƒ 0,22 (€ 0,10) per dag.