ECLI:NL:RBHAA:2006:BD6031
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en boetes bevestigd
Eiser, werkzaam als taxichauffeur in 1998, diende zijn belastingaangifte niet tijdig in. Verweerder legde daarop aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen op, met bijbehorende verzuimboetes. Eiser diende zijn bezwaar ruim na de wettelijke termijn in, met als reden dat zijn administratie bij een gerechtelijke procedure lag en hij door ziekte en depressie niet in staat was tijdig bezwaar te maken.
De rechtbank oordeelt dat de bezwaartermijn zes weken bedraagt en dat het bezwaar van eiser pas na drie jaar werd ingediend, wat niet tijdig is. De door eiser aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen, mede omdat eiser werd bijgestaan door een gemachtigde. De rechtbank verklaart het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding om de inhoud van de aanslagen of boetes te beoordelen.
De rechtbank wijst het beroep af en legt geen proceskostenveroordeling op. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie onder de daarvoor geldende voorwaarden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk en wijst het beroep van eiser af wegens overschrijding van de bezwaartermijn.