ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ7090
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking WWB-uitkering wegens niet verstrekken inlichtingen
Verzoekster kreeg een WWB-uitkering die per 1 april 2006 werd ingetrokken wegens het niet verstrekken van inlichtingen over een bankrekening en onroerende zaken in Turkije. Verzoekster was in een problematische echtscheiding en kon daardoor niet redelijkerwijs beschikken over de onroerende zaken. Wel kon zij beschikken over gegevens van een en/of-bankrekening, maar zij verstrekte deze niet.
Na bezwaar en beroep verzocht verzoekster de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang aanwezig was vanwege intrekking van de WAO-uitkering en het ontbreken van bijstand.
De rechter stelde vast dat de niet verstrekte bankafschriften essentieel waren voor de vaststelling van het recht op bijstand. Het niet kunnen beschikken over onroerende zaken in Turkije was begrijpelijk vanwege de echtscheiding, maar dat gold niet voor de bankrekening. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De voorzieningenrechter wees erop dat de hoofdzaak nog niet was beslist en verwees naar jurisprudentie dat het recht op bijstand alsnog vastgesteld kan worden als later alsnog informatie wordt verstrekt.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking van de WWB-uitkering wegens niet verstrekken van bankgegevens is afgewezen.