ECLI:NL:RBHAA:2007:BB2578
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling waarde kantoorpand voor belastingaanslag 2002 na geschil over huurwaarde en kapitalisatiefactor
Eiser, mede-eigenaar van een kantoorpand, was het niet eens met de door de Belastingdienst opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2002, waarin de waarde van zijn aandeel in het pand en de afschrijving werden vastgesteld. De Belastingdienst had de waarde van het pand per 1 januari 2001 op €275.000 gesteld, uitgaande van een economische huur van €25.000 en een kapitalisatiefactor van 11. Eiser stelde dat de werkelijke jaarhuur van €27.847 als uitgangspunt diende en pleitte voor een hogere kapitalisatiefactor van 13, wat resulteerde in een hogere waardering.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de Belastingdienst in 2001 slechts de aangifte had gevolgd zonder een weloverwogen standpunt te hebben ingenomen. Vervolgens beoordeelde de rechtbank de waarde van het pand zelf. De Belastingdienst had onvoldoende onderbouwd dat de werkelijke huur onzakelijk was, mede omdat de vergelijkingsgegevens van het nabijgelegen pand ontbraken. Ook de gehanteerde kapitalisatiefactor van 11 was niet deugdelijk onderbouwd, net als de door eiser voorgestelde factor van 13.
De rechtbank stelde daarom de waarde van het pand per 1 januari 2001 in goede justitie vast op €320.000, gebaseerd op de werkelijke jaarhuur en een kapitalisatiefactor van 11,5. Dit leidde tot een afschrijving van €2.655 en een belastbaar inkomen uit werk en woning van €24.889. Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag verminderd. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser van €803,27 en het griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De rechtbank stelt de waarde van het pand vast op €320.000 en verklaart het beroep gegrond, waardoor de belastingaanslag wordt verminderd.