ECLI:NL:RBHAA:2007:BB3043
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.C.M. Rutten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verlaging WWB-uitkering ondanks dieetkind
Verzoeker sub 1 heeft geen bezwaar ingediend tegen het besluit tot verlaging van de WWB-uitkering, waardoor hij niet-ontvankelijk is in zijn verzoek om voorlopige voorziening. Verzoeker sub 2, die wel bezwaar maakte, is ontvankelijk maar zijn verzoek wordt afgewezen.
De uitkering van verzoeker sub 2 werd met 50% verlaagd vanwege twee werkweigeringen binnen twaalf maanden, ondanks dat hij een dienstverband had aanvaard en daarna in de proeftijd werd ontslagen. Verzoeker sub 2 stelt dat de verlaging het onmogelijk maakt om zijn zoon, die Diabetes Mellitus type I heeft, het noodzakelijke dieet te verstrekken, en beroept zich op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
De voorzieningenrechter oordeelt dat de primaire zorg voor het kind bij de ouders ligt en dat de verlaging van de uitkering niet in strijd is met de WWB, het IVRK of de Awb. De ouders kunnen zich bij problemen wenden tot de Raad voor de Kinderbescherming of Jeugdzorg. Er is geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlaging van de WWB-uitkering wordt afgewezen en verzoeker sub 1 is niet-ontvankelijk verklaard.