ECLI:NL:RBHAA:2007:BB4438
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- R.H.M. Bruin
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens onverklaarbare stortingen niet bewezen
Eiser heeft voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd gekregen door verweerder, gebaseerd op een belastbaar inkomen van f 1.880.213. Onderdeel van de correcties betrof een bedrag van f 200.000 aan onverklaarbare stortingen op een bankrekening van eiser. Eiser stelde dat deze stortingen afkomstig waren van kasopnames uit voorgaande jaren, bedoeld voor contante betalingen van bouwkosten van een pand in Spanje.
Verweerder voerde aan dat het onaannemelijk was dat eiser zulke grote bedragen contant zou hebben aangehouden en dat de verklaring van eiser ongeloofwaardig was. De rechtbank oordeelde dat eiser een onvolledige aangifte had gedaan door het niet vermelden van genoten loon, maar dat dit geen zware sanctie van omkering van de bewijslast rechtvaardigde. De bewijslast rustte op verweerder om aannemelijk te maken dat de stortingen uit een bron kwamen zoals genoemd in artikel 4 Wet Pro IB 1964, hetgeen niet was gelukt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 587.973. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 19 september 2007.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 587.973 wegens onvoldoende bewijs van de herkomst van de stortingen.