ECLI:NL:GHAMS:2009:BL3960
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- E.M. Vrouwenvelder
- B.A. van Brummelen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onverklaarde stortingen en belastbaar inkomen 2000
Belanghebbende deed in 2000 stortingen van ƒ 200.000 op eigen bankrekeningen. Een boekenonderzoek toonde een negatief netto privé van ƒ 114.308,13 in dat jaar, wat duidt op ontoereikende middelen voor uitgaven. Belanghebbende stelde dat het geld afkomstig was van gespaarde contante opnames uit voorgaande jaren, maar maakte dit niet aannemelijk.
De inspecteur verhoogde het belastbaar inkomen met het bedrag van de onverklaarde stortingen, stellende dat belanghebbende in staat was op diverse manieren inkomsten te genereren. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, maar het hof vond de verklaring van belanghebbende ongeloofwaardig en oordeelde dat het bedrag terecht als inkomen moest worden beschouwd.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat onverklaarde stortingen kunnen worden aangemerkt als inkomen indien geen aannemelijke verklaring wordt gegeven.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en rekent het bedrag van ƒ 200.000 aan onverklaarde stortingen toe aan het belastbaar inkomen.