ECLI:NL:RBHAA:2007:BB5056
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verlenging ontruimingstermijn bedrijfsruimte afgewezen wegens middestandsonroerend goed
Verzoekers, een meubelmakerij en stoffeerderij, verzochten om verlenging van de ontruimingstermijn na opzegging van de huur door de gemeente. De gemeente had de huur opgezegd en stelde dat het gehuurde bedrijfsruimte betrof waarop artikel 7:230a BW van toepassing was. Verzoekers stelden dat het gehuurde een ambachtsbedrijf betrof met een voor publiek toegankelijk lokaal, waardoor het onder artikel 7:290 BW Pro viel.
De kantonrechter oordeelde dat het gehuurde inderdaad een middenstandsbedrijfsruimte is, mede omdat particulieren het bedrijf kunnen betreden en diensten zoals stofferen en restaureren direct worden geleverd. De aanwezigheid van een pinautomaat bevestigde de rechtstreekse levering aan het publiek. Er was geen sprake van een wijziging van de overeengekomen bestemming, aangezien partijen geen uitdrukkelijke bestemming hadden vastgelegd en het gebruik van het gehuurde niet wezenlijk was veranderd.
Daarom is het huurregime van artikel 7:230a BW niet van toepassing en is verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzoekers worden niet ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn omdat het gehuurde middenstandsbedrijfsruimte betreft.