ECLI:NL:RBHAA:2007:BC9826
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.P.M. van Rijn
- A.M. van Amsterdam
- H.A. Tulp
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt naheffingsaanslagen en boetes wegens onvoldoende bewijs administratie- en urencriterium
Eiser, eigenaar van een autorijschool, werd geconfronteerd met aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, naheffingsaanslagen omzetbelasting en boetes over de jaren 2001 en 2002. Verweerder stelde dat eiser niet voldeed aan zijn administratieplicht en maakte correcties die leidden tot hogere belastingen en boetes.
Tijdens het boekenonderzoek werden tekortkomingen in de kasadministratie vastgesteld, waaronder het ontbreken van privé-uitgaven voor eten en huur. Verweerder paste een theoretische omzetberekening toe en weigerde de zelfstandigenaftrek wegens het niet voldoen aan het urencriterium. Eiser voerde aan dat privé-uitgaven uit andere bronnen werden betaald en dat hij onvoldoende uren in zijn onderneming had gewerkt vanwege loondienst en zorg voor kinderen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de administratie dusdanig onvolledig was dat de bewijslast moest worden omgekeerd. Ook was onvoldoende bewijs voor de theoretische omzetcorrecties. Ten aanzien van de zelfstandigenaftrek concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt aan het urencriterium te voldoen, waardoor deze terecht was geweigerd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, verminderde de aanslagen inkomstenbelasting, vernietigde de naheffingsaanslag omzetbelasting en de boetes, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en vermindert de aanslagen inkomstenbelasting en boetes wegens onvoldoende bewijs van onvolledige administratie en urencriterium niet gehaald.