ECLI:NL:RBHAA:2007:BD8658
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op reisaftrek ondanks ontbreken originele plaatsbewijzen bij openbaar vervoer
Eiser heeft voor het jaar 2004 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen waarbij de reisaftrek werd geweigerd omdat hij niet beschikte over originele plaatsbewijzen van het openbaar vervoer. Eiser stelde dat hij wel degelijk met het openbaar vervoer reisde en dat hij dit aannemelijk kon maken met een reisverklaring van zijn werkgever en kopieën van giroafschriften die betalingen aan de NS aantonen.
De rechtbank overwoog dat artikel 16 van Pro de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (URIB 2001) weliswaar bepaalt dat op verzoek van de inspecteur originele plaatsbewijzen moeten worden overgelegd, maar dat dit niet uitsluit dat op andere wijze aannemelijk kan worden gemaakt dat met het openbaar vervoer is gereisd. De door eiser overgelegde bewijzen, waaronder de reisverklaring en de frequente betalingen aan NS, maakten aannemelijk dat hij recht heeft op de reisaftrek.
Verweerder stelde dat zonder originele plaatsbewijzen geen recht op aftrek bestaat, maar de rechtbank verwierp dit standpunt. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, de belastingaanslag verminderd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter T.A. de Hek op 24 september 2007.
Uitkomst: Eiser krijgt recht op reisaftrek ondanks ontbreken originele plaatsbewijzen, aanslag wordt verminderd.