ECLI:NL:GHAMS:2008:BD2064
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- J.J.A.M. Kennis
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over bewijsvereisten reisaftrek openbaar vervoer in inkomstenbelasting
Belanghebbende maakte aanspraak op reisaftrek voor woon-werkverkeer met openbaar vervoer in zijn aangifte inkomstenbelasting 2004. Hij beschikte over een reisverklaring van zijn werkgever en kopieën van giroafschriften waaruit betalingen aan NS blijken, maar niet over originele plaatsbewijzen. De inspecteur wees de aftrek af wegens ontbreken van de vereiste plaatsbewijzen.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, stellende dat met de reisverklaring en de giroafschriften aannemelijk was gemaakt dat belanghebbende met het openbaar vervoer reisde. De inspecteur ging hiertegen in hoger beroep.
Het Hof oordeelt dat volgens artikel 3.87 Wet IB 2001 en de Uitvoeringsregeling de combinatie van een reisverklaring en de plaatsbewijzen vereist is om het verband tussen woon-werkverkeer en openbaar vervoer te bewijzen. Kopieën van giroafschriften zijn onvoldoende omdat zij niet eenduidig aantonen op welke dagen en trajecten is gereisd. Het Hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door het Hof Amsterdam op 21 april 2008.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van vereiste plaatsbewijzen voor reisaftrek.