ECLI:NL:RBHAA:2007:BJ4387
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de gecombineerde heffingskorting en het gelijkheidsbeginsel in de inkomstenbelasting 2003
Eiseres betwistte de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2003, waarbij de gecombineerde heffingskorting werd beperkt tot €551, terwijl zij een hoger bedrag van €1.766 vorderde. Zij stelde dat artikel 8.9, tweede lid, Wet IB 2001 in strijd is met het gelijkheidsbeginsel omdat belastingplichtigen met en zonder buitengewone uitgaven ongelijk worden behandeld zonder objectieve rechtvaardiging.
De rechtbank stelde vast dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij fiscale gelijkheidsvraagstukken en dat het onderscheid in artikel 8.9 Wet IB 2001 een objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond kent. De voorlopige teruggaaf hield geen rekening met de inkomensgegevens van de partner, waardoor de heffingskorting aanvankelijk te hoog was toegekend. De definitieve aanslag corrigeerde dit terecht.
Verder verwierp de rechtbank het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat een voorlopige aanslag geen bindend standpunt inhoudt. Ook het beroep op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheidsbeginsel, faalde. De rechtbank oordeelde dat zij niet bevoegd is om de redelijkheid van een wettelijke regeling in formele zin te toetsen.
Ten slotte wees de rechtbank het beroep af en verklaarde het beroep ongegrond, zonder proceskosten toe te kennen. De uitspraak werd gedaan door rechter T.A. de Hek op 27 november 2007.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beperking van de gecombineerde heffingskorting tot €551.