ECLI:NL:GHAMS:2009:BI6986
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- E.M. Vrouwenvelder
- A.P.M. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking gecombineerde heffingskorting ondanks beroep op EVRM en Tijdelijk Besluit
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2003 waarbij de gecombineerde heffingskorting werd beperkt tot €551, conform artikel 8.8 en 8.9 van de Wet IB 2001. Zij stelde dat deze beperking in strijd was met het Eerste Protocol en artikel 6 EVRM Pro, alsmede met het Tijdelijk Besluit Tegemoetkoming Buitengewone Uitgaven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat de casus niet binnen de reikwijdte van het EVRM valt en dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij fiscale regelingen. De beperking van de heffingskorting is volgens het Hof objectief en redelijk gerechtvaardigd.
Daarnaast verwierp het Hof het beroep op het Tijdelijk Besluit en andere stellingen van belanghebbende. Er was geen sprake van schending van het discriminatieverbod uit artikel 14 EVRM Pro. De toegang tot de rechter was voldoende gewaarborgd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beperking van de gecombineerde heffingskorting bevestigd.