ECLI:NL:RBHAA:2008:BC2902
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- H.A.M. Röell-Mulder
- A. van Dongen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op 30%-regeling voor Nederlandse werknemer bij Franse werkgever
De zaak betreft een Nederlandse werknemer die in dienst is bij een in Frankrijk gevestigde werkgever en beroep doet op de 30%-regeling voor het jaar 2003. De werknemer stelt dat hij recht heeft op deze regeling, die inhoudingsplichtigen toestaat om vergoedingen voor extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst tot 30% van het loon als vrije vergoeding te behandelen.
De rechtbank stelt vast dat de werkgever van eiser niet voldoet aan de voorwaarden om als inhoudingsplichtige in Nederland te worden aangemerkt, zoals bepaald in artikel 6 van Pro de Wet op de loonbelasting 1964. Hierdoor kan de 30%-regeling niet op eiser worden toegepast. Daarnaast verwerpt de rechtbank het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de situatie van een Nederlandse werknemer bij een buitenlandse werkgever wezenlijk verschilt van die van een werknemer bij een Nederlandse inhoudingsplichtige.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 29 januari 2008 door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Haarlem.
Uitkomst: Het beroep op de 30%-regeling wordt afgewezen omdat de Franse werkgever niet als inhoudingsplichtige in Nederland kwalificeert.