ECLI:NL:RBHAA:2008:BC3969
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van advocaatkosten ontslagprocedure wegens ontbreken gelijkheidsbeginsel
Eiser was bestuurder bij B BV en werd per 26 maart 2003 ontslagen door A BV. In de ontslagprocedure kreeg hij een vergoeding van €509.450 bruto, waarbij de kosten van juridische bijstand niet apart werden vergoed maar geacht werden uit de vergoeding te worden bestreden. Eiser bracht in zijn belastingaangifte 2003 advocaatkosten van €49.407 als aftrekbare beroepskosten in mindering, wat door de Belastingdienst werd afgewezen.
Eiser voerde aan dat wethouders en leden van Gedeputeerde Staten hun arbeidskosten wel mochten aftrekken, en dat er sprake was van bewust begunstigend beleid van de Staatssecretaris van Financiën. De rechtbank oordeelde dat de arbeidsverhouding van eiser en die van wethouders en gedeputeerden gelijk was, maar dat de ongelijke behandeling van laatstgenoemden berustte op een onjuiste rechtstoepassing en niet op bewust begunstigend beleid.
De rechtbank volgde eiser niet in zijn beroep op het gelijkheidsbeginsel en verklaarde het beroep ongegrond. De kosten drukken wel op het loon, maar kunnen niet als aftrekbare kosten worden meegenomen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de advocaatkosten uit de ontslagprocedure zijn niet aftrekbaar als beroepskosten.