ECLI:NL:HR:2005:AQ7212
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek beroepskosten werknemer onder Wet IB 2001
Belanghebbende maakte in 2001 kosten ter vervulling van zijn dienstbetrekking die niet door zijn werkgever werden vergoed en wilde deze kosten aftrekken van zijn belastbaar inkomen. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat deze kosten niet als negatief loon kunnen worden aangemerkt en dus niet aftrekbaar zijn onder de Wet IB 2001.
Belanghebbende stelde in cassatie dat deze regeling leidt tot ongelijke behandeling en discriminatie, omdat werknemers die hun kosten vergoed krijgen deze belastingvrij ontvangen, terwijl anderen geen aftrekmogelijkheid hebben. De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de asymmetrische regeling objectief en redelijk gerechtvaardigd is vanwege uitvoeringsproblemen en het voorkomen van lastenverzwaring.
Ook het beroep op discriminatie ten opzichte van belastingplichtigen met resultaat uit overige werkzaamheden faalde, omdat de fiscale situaties wezenlijk verschillen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat beroepskosten van werknemers onder de Wet IB 2001 niet aftrekbaar zijn.