ECLI:NL:RBHAA:2008:BC4063
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en schadevergoeding na bedrijfsongeval met verjaring en zorgplicht
Op 22 juni 2001 liep werknemer [XXX] tijdens werkzaamheden als sloper bij vennootschap L & I een ernstig letsel aan zijn linker onderarm op. Na ontbinding van L & I en toepassing van de WSNP op [XXX], vorderde diens bewindvoerster Van Haaster namens hem schadevergoeding van de voormalige vennoten en vereffenaars van L & I.
De gedaagden stelden onder meer dat de vordering was verjaard en dat zij aan hun zorgplicht hadden voldaan. De rechtbank oordeelde dat de verjaring door een aanmaningsbrief van 1 mei 2006 was gestuit, waarbij de brief ontvankelijk was en niet in strijd met de faillissementswet. Tevens werd geoordeeld dat de gedaagden onvoldoende hadden onderbouwd dat zij instructies en beschermende kleding aan [XXX] hadden verstrekt, zodat zij tekort waren geschoten in hun zorgplicht.
De rechtbank wees het verweer dat de schade veroorzaakt zou zijn door roekeloos gedrag van [XXX] en dat de medische behandeling tekortschietend was, af. De vordering tot schadevergoeding werd toegewezen, met veroordeling tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de voormalige vennoten tot schadevergoeding wegens het bedrijfsongeval van 22 juni 2001.