ECLI:NL:RBHAA:2008:BC4745
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Leijdekker
- R.H.M. Bruin
- J.H. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afwaardering vordering wegens valutaverlies in vennootschapsbelasting 2003
Eiseres heeft een vordering op F die zij in haar vennootschapsbelastingaangifte 2003 heeft afgewaardeerd vanwege een vermeend valutaverlies, stellende dat de vordering in US dollars is gesteld. De rechtbank onderzoekt of de vordering in dollars of in Nederlandse guldens is gesteld, hetgeen bepalend is voor de rechtmatigheid van de afwaardering.
Uit de stukken blijkt dat de verkoopovereenkomst van aandelen in J Inc. aan F een prijs in dollars vermeldt, maar de overeenkomst inzake verrekening van 1 mei 2001 waarin G B.V. haar vordering op F overdraagt aan eiseres, spreekt uitsluitend over een vordering in guldens. Eiseres heeft niet kunnen aantonen dat de vordering daadwerkelijk in dollars luidt, mede doordat de rente op de vordering in guldens is berekend en de vordering in de boekhouding consistent in guldens is opgenomen.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet aan haar bewijslast heeft voldaan om het bestaan van een dollarvordering aannemelijk te maken. Hierdoor is er geen grond voor afwaardering wegens een lagere dollarkoers. Ook het subsidiaire standpunt over vernietiging van de aandelenovereenkomst wordt niet gevolgd omdat dit toekomstig rechtshandeling betreft.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en wijst het beroep af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat de vordering niet aannemelijk in dollars is gesteld en afwaardering wegens koersverlies niet gerechtvaardigd is.