ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5078
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- C.J. Harts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsovereenkomst dirigent koor na beëindiging samenwerking
De dirigent van het Interkerkelijk Mannenkoor Haarlemmermeer (IMH) vorderde in kort geding wedertewerkstelling en doorbetaling van loon nadat het koor de overeenkomst na tien jaar had opgezegd. De dirigent stelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst, gebaseerd op de duur van de relatie, vaste beloning en gezagsverhouding.
Het koor betwistte dit en stelde dat partijen nooit de intentie hadden een arbeidsovereenkomst aan te gaan, wat ook blijkt uit de schriftelijke overeenkomst waarin de dirigent volledige artistieke vrijheid geniet en zelf de hoogte van zijn vergoeding bepaalt. De kantonrechter verwees naar het arrest Groen/Schoevers en concludeerde dat de feitelijke uitvoering en de inhoud van de overeenkomst doorslaggevend zijn.
De rechter oordeelde dat er geen gezagsverhouding is, omdat de dirigent zelfstandig beslissingen neemt over de muzikale uitvoering en zich kan laten vervangen. Ook is het honorarium niet aan te merken als loon in de zin van artikel 7:610 BW Pro, mede omdat de dirigent de vergoeding zelf bepaalt en factureert. De vordering werd daarom afgewezen en de proceskosten werden aan de dirigent opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot wedertewerkstelling en doorbetaling van loon wordt afgewezen wegens het ontbreken van een arbeidsovereenkomst.