ECLI:NL:RBHAA:2008:BC8848
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij levering gebouw met bijbehorend terrein niet van toepassing
De zaak betreft een geschil over de heffing van overdrachtsbelasting bij de levering van een perceel met een bedrijfspand en een aangrenzend onbebouwd terrein. Eiseres betoogde dat het onbebouwde terrein als bouwterrein kwalificeert en daardoor vrijgesteld zou zijn van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15 lid 1 onder Pro a van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) in verbinding met artikel 11 lid 1 onderdeel Pro a onder 1° van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB).
De rechtbank stelde vast dat op de datum van levering het gebouw en het terrein fysiek, organisatorisch en economisch met elkaar verbonden waren. De sloop van opstallen en de voorbereiding van het terrein voor de bouw van 26 bedrijfsunits maakten duidelijk dat het geheel als één onroerende zaak moet worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat de levering daarom vrijgesteld is van omzetbelasting, maar dat de overdrachtsbelasting terecht is geheven omdat het niet ging om een bouwterrein als zelfstandige onroerende zaak.
Eiseres had onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om het tegendeel te bewijzen. De rechtbank volgde de uitleg van verweerder en de geldende jurisprudentie dat het civiele recht geen betekenis heeft bij de invulling van de communautaire begrippen onroerende zaak en erbij behorend terrein. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.