ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0623
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Overdrachtsbelasting bij verlenging erfpachtrechten voor dertig jaar
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de overdrachtsbelasting die zij moesten betalen bij de notariële akte van 23 november 2006, waarbij erfpachtrechten voor een periode van dertig jaar opnieuw zijn gevestigd nadat de oude rechten op 1 november 2006 waren afgelopen. Eisers stelden dat zij voortdurende erfpachtrechten hadden en dat alleen de jaarlijkse canon was gewijzigd, waardoor de waarde voor overdrachtsbelasting nihil zou moeten zijn.
De rechtbank stelt vast dat de erfpachtrechten daadwerkelijk waren afgelopen en dat er sprake is van een nieuwe vestiging van erfpachtrechten voor dertig jaar. De brief van 24 augustus 1994 waarin instemming wordt betuigd met verlenging ondersteunt niet de stelling van voortdurende rechten. Ook het argument dat alleen de canon is gewijzigd wordt verworpen omdat de duur van de overeenkomst is verlengd.
Op grond van artikel 6 en Pro 9 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer concludeert de rechtbank dat er sprake is van een verkrijging van nieuwe beperkte rechten en niet van een wijziging van bestaande rechten. Het beroep van eisers wordt daarom ongegrond verklaard en de overdrachtsbelasting blijft verschuldigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard en de belasting blijft verschuldigd.