ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0832
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Precariobelasting op elektriciteitswerken: rechtmatigheid en overeenkomst 1970
Eiseres, een energiebedrijf en rechtsopvolger van het voormalige Het H, betwistte de aanslagen precariobelasting opgelegd door de gemeente Bennebroek voor de jaren 2004 en 2005. Zij stelde dat de Verordeningen Precariobelasting 2004 en 2005 niet verbindend zijn en dat zij op grond van een overeenkomst uit 1970 vrijgesteld is van precariobelasting voor de aldaar genoemde werken.
De rechtbank stelde vast dat eiseres inderdaad de rechtsopvolger is van Het H en dat de overeenkomst 1970 voorziet in een toezegging dat voor de alsdan aanwezige werken geen precariobelasting verschuldigd is. Hoewel de overeenkomst formeel eindigt bij het vervallen van de provinciale rijksconcessie, achtte de rechtbank deze concessie per 8 december 1989 vervallen, waardoor de overeenkomst sinds die datum is geëindigd.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat de aanslagen precariobelasting voor de op 8 december 1989 reeds aanwezige werken niet in stand kunnen blijven, omdat eiseres op de toezegging uit de overeenkomst mocht vertrouwen. De rechtbank vernietigde de uitspraken op bezwaar en droeg verweerder op een nieuwe beslissing te nemen rekening houdend met deze uitspraak.
Verder verwierp de rechtbank de bezwaren tegen de bevoegdheid van de gemeente tot heffing van precariobelasting en de geldigheid van de verordeningen. Ook werden de stellingen over willekeurige tariefstelling en schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur afgewezen. De rechtbank veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De aanslagen precariobelasting voor de op 8 december 1989 reeds aanwezige werken worden vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen.