ECLI:NL:RBHAA:2008:BD3396
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Polak
- A.J. Roke
- A. van Dongen
- Rechtspraak.nl
Indeling en navordering douanerechten inktcartridges zonder geïntegreerde printkop
Eiseres heeft tussen 2002 en 2004 inktcartridges voor inkjetprinters ingevoerd en deze aangegeven onder GN-onderverdeling 8473 3090 00. Na controles bij een aan eiseres gelieerde importeur concludeerde verweerder dat de cartridges zonder geïntegreerde printkop moesten worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 3215 90 80 met een hogere douanerechtenheffing. Verweerder legde op basis hiervan navorderingen op.
Eiseres voerde aan dat de UTB’s onvoldoende waren gemotiveerd, dat de indeling onjuist was en dat de navordering in strijd was met artikel 220, tweede lid, sub b, van het Communautair Douanewetboek (CDW) omdat fysieke controles niet bij haar maar bij een gelieerde vennootschap hadden plaatsgevonden. De rechtbank stelde vast dat de cartridges geen geïntegreerde printkop bevatten en dat de inkt het wezenlijke karakter van de cartridges vormt.
De rechtbank oordeelde dat de UTB’s voldoende waren gemotiveerd en dat verweerder bevoegd was de controles bij een gelieerde vennootschap uit te voeren. De indeling van de cartridges onder GN-onderverdeling 3215 90 80 was in lijn met jurisprudentie van het Gerechtshof Amsterdam en het Hof van Justitie van de EG. De navordering was niet in strijd met artikel 220 CDW Pro omdat geen vergissing van de bevoegde autoriteiten was vastgesteld.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingen douanerechten worden ongegrond verklaard en de inktcartridges worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 3215 90 80.