ECLI:NL:RBHAA:2008:BD4281
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Geen gezamenlijke huishouding binnen meerpersoonshuishouden bij bijstandsverlening
Eiseres woonde met haar meerderjarige dochter en een andere persoon in één woning. Verweerder weigerde aanvankelijk bijstand op grond van het vermoeden van een gezamenlijke huishouding tussen eiseres en die persoon, waarbij het inkomen van die persoon boven de bijstandsnorm zou liggen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de mogelijkheid van een meerpersoonshuishouden zonder gezamenlijke huishouding tussen twee personen. Uit de stukken bleek geen aanwijzing dat eiseres en de andere persoon een bijzondere zorgrelatie hadden die niet ook met de dochter bestond.
Daarom oordeelde de rechter dat eiseres als alleenstaande binnen een meerpersoonshuishouden moet worden aangemerkt en dat het besluit tot weigering van bijstand onterecht was. Verweerder werd opgedragen binnen vier weken een nieuwe beslissing te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van bijstand wordt vernietigd en verweerder moet binnen vier weken een nieuwe beslissing nemen.