ECLI:NL:CRVB:2002:AE3698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten over gezamenlijke huishouding en bijstandsuitkering
Appellante ontving vanaf 1993 een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers, die in 1996 werd omgezet in een bijstandsuitkering. De gemeente Den Helder stelde bij besluiten van november 1996 dat appellante en haar oudste broer een gezamenlijke huishouding voeren, waardoor haar uitkering werd aangepast en deels ingetrokken. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij met drie broers samenwoont en dat slechts sprake is van gezamenlijke huishouding indien twee personen blijk geven van zorg voor elkaar.
De gemeente handhaafde haar besluiten, maar de rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de besluiten evident onjuist zijn omdat appellante en haar oudste broer niet kunnen worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding in de zin van artikel 3, tweede lid, van de Algemene bijstandswet (oud). Er is geen bijzondere zorg tussen hen aangetoond ten opzichte van de andere broers waarmee zij samenwoont.
De Raad vernietigt de besluiten van 25 mei en 20 oktober 1998 en bepaalt dat de gemeente nadere besluiten moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten en wijst zij het verzoek tot schadevergoeding voorlopig af, omdat de omvang van de schade niet inzichtelijk is. De uitspraak kan in cassatie worden aangevochten.
Uitkomst: De besluiten van de gemeente Den Helder worden vernietigd en de gemeente dient nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak.