ECLI:NL:RBHAA:2008:BD8782
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling periode vergoeding invorderingsrente bij vermindering belastingaanslag
Eiser betwistte de periode waarover invorderingsrente wordt vergoed na vermindering van zijn belastingaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2006. Hij stelde dat de rentevergoeding moest beginnen op 1 maart 2006, omdat volgens hem de enige en laatste betaaltermijn op 28 februari 2006 eindigde. Verweerder stelde dat de aanslag meerdere betalingstermijnen kende, waarbij de laatste termijn op 31 december 2006 viel.
De rechtbank onderzocht de wettelijke bepalingen, met name artikel 28 van Pro de Invorderingswet 1990, en concludeerde dat de vergoeding van invorderingsrente begint op de dag na de laatste geldende betalingstermijn, ongeacht het aantal termijnen. De mogelijkheid om het volledige bedrag ineens te betalen binnen de eerste termijn voor een betalingskorting verandert hier niets aan.
Omdat de vermindering van de aanslag plaatsvond met dagtekening 7 december 2007, liep de rentevergoeding terecht vanaf 1 januari 2007 tot en met 7 december 2007. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat een onrechtmatig besluit ontbrak. De rechtbank legde geen proceskosten op.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van invorderingsrente is terecht toegekend vanaf de dag na de laatste betalingstermijn.