ECLI:NL:RBHAA:2008:BD8850
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Snitker
- R.G. Kemmers
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2001 vernietigd wegens feitelijke terbeschikkingstelling in 2002
Eiser, eigenaar van meerdere landbouwpercelen, stelde deze vanaf 1995/2000 op basis van mondelinge overeenkomsten en pachtovereenkomsten ter beschikking aan een BV waarin hij een aanmerkelijk belang had. In 2001 stelde eiser de percelen als ter beschikking gesteld vermogen aan de BV in de aangifte inkomstenbelasting. Verweerder legde later een navorderingsaanslag op voor 2001, waarbij hij een waardestijging van de percelen in dat jaar aanmerkte als belastbaar inkomen.
De kern van het geschil betrof de vraag of de terbeschikkingstelling in 2001 was geëindigd, wat bepalend was voor de waardering van de percelen en het belastbare resultaat. De rechtbank oordeelde dat hoewel de pachtovereenkomsten met terugwerkende kracht per 31 december 2001 waren ontbonden, de feitelijke terbeschikkingstelling pas in 2002 eindigde, omdat de percelen begin 2002 nog steeds feitelijk aan de BV ter beschikking stonden.
Hierdoor moest de waarde van de percelen zowel aan het begin als het einde van 2001 worden vastgesteld op de waarde in verpachte staat, en was er geen belastbare waardestijging in 2001. De navorderingsaanslag werd daarom vernietigd. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2001 wordt vernietigd omdat de feitelijke terbeschikkingstelling pas in 2002 eindigde.