ECLI:NL:RBHAA:2008:BD8986
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- H.A.M. Röell-Mulder
- C.J. Hummel
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting en boete bij aanmerkelijk belangwinst na aandelenafstempeling
Verweerder legde aan eiser een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) op over het jaar 2000, gebaseerd op een belastbaar inkomen van €628.347, inclusief winst uit aanmerkelijk belang door afstempeling van aandelenkapitaal van Z B.V., waarvan eiser en zijn broer ieder 50% bezitten.
Eiser voerde aan dat geen nieuw feit aanwezig was voor navordering en dat de toepassing van artikel 70c Wet IB 1964 met terugwerkende kracht in strijd was met het EVRM en IVBPR. De rechtbank oordeelde dat het nieuwe feit zich voordeed doordat de aangifte vennootschapsbelasting onvolledig was en verweerder pas in februari 2004 kennis kreeg van de relevante reserve. De toepassing van artikel 70c werd niet onredelijk geacht, mede vanwege de bestrijding van turboconstructies.
Ten aanzien van de opgelegde boete stelde verweerder dat bij een pleitbaar standpunt geen boete kan worden opgelegd tenzij sprake is van kwade trouw. De rechtbank vond geen bewijs voor kwade trouw van eiser, die onzorgvuldig maar niet willens en wetens onjuiste informatie had verstrekt. De boetebeschikking werd daarom vernietigd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de boete betrof, handhaafde de navorderingsaanslag, en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €644 en terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: Navordering inkomstenbelasting wordt gehandhaafd, maar boetebeschikking wordt vernietigd wegens ontbreken van kwade trouw.