ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9058
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.J. Hummel
- R.G. Kemmers
- H.A.M. Röell-Mulder
- Rechtspraak.nl
Moment van genieten van uitgestelde rente bij lening en rekening-courantvordering
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van een BV, verstrekte een lening en had een rekening-courantvordering op de BV, beide met 5% rente over 1998 en 1999. De betaling van deze rente werd in eerste instantie uitgesteld naar respectievelijk 31 december 2002 en 31 december 2003. Vervolgens werden op 23 december 2002 nieuwe overeenkomsten gesloten waarbij de betaling verder werd uitgesteld naar 31 december 2005 en 31 december 2006.
De kern van het geschil betrof het moment waarop de rente als genoten moest worden aangemerkt voor de inkomstenbelasting. Verweerder stelde dat het moment van genieten samenvalt met de datum van de latere uitstelovereenkomsten, terwijl eiser betoogde dat dit pas op de latere vervaldata het geval is.
De rechtbank oordeelde dat het sluiten van de latere uitstelovereenkomsten een beschikkingshandeling is, maar dat deze alleen betrekking heeft op de vordering zelf en niet op de rente. De rente was volgens de rechtbank al genoten op de oorspronkelijke vervaldata 31 december 2002 en 31 december 2003. De latere uitstelovereenkomsten leidden niet tot een nieuw genietingsmoment. Hierdoor waren de correcties van verweerder op de aanslag voor de rente over 2003 onterecht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, verminderde het belastbaar inkomen uit werk en woning en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de uitgestelde rente is genoten op de oorspronkelijke vervaldata en vermindert het belastbaar inkomen.