ECLI:NL:RBHAA:2008:BE8920
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.F.W. Brouwer
- A.M. Koolen-Zwijnenburg
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van 2.941,5 gram cocaïne met voorwaardelijk opzet
Op 21 april 2008 werd verdachte aangehouden op Schiphol met 23 kleerhangers in haar bagage waarin in totaal 2.941,5 gram cocaïne was verborgen. Verdachte verklaarde deze kleerhangers op verzoek van een vriend uit de Dominicaanse Republiek te hebben meegenomen, zonder te weten dat ze cocaïne bevatten. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de kleerhangers drugs bevatten, waarmee sprake was van voorwaardelijk opzet.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van verdachte, het proces-verbaal van de douanecontrole, het deskundigenrapport van het douanelaboratorium en de positieve cocaïnetest. Het verweer dat niet kon worden vastgesteld dat alle kleerhangers cocaïne bevatten werd verworpen omdat representatieve monsters waren genomen.
Verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 van Pro de Opiumwet. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 443 dagen op, waarbij rekening werd gehouden met de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling om te voorkomen dat de daadwerkelijke detentietijd zou toenemen. Daarnaast werden een instapkaart en claimtag verbeurd verklaard omdat deze voorwerpen bij het delict waren gebruikt.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden en wees het verweer van de raadsman af. De straf werd lager vastgesteld dan de eis van de officier van justitie, die tien maanden gevangenisstraf had geëist, vanwege de nieuwe wetgeving omtrent voorwaardelijke invrijheidstelling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 443 dagen gevangenisstraf wegens het opzettelijk invoeren van cocaïne met voorwaardelijk opzet.