ECLI:NL:RBHAA:2008:BE9407
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heyning - Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens gezamenlijke huishouding WWB-uitkering
Verzoekster ontving van februari tot juni 2007 een WWB-uitkering. Na haar detentie vroeg zij opnieuw een WWB-uitkering aan als alleenstaande. Verweerder stelde dat verzoekster een gezamenlijke huishouding voert met een ander persoon, waardoor zij geen recht heeft op de uitkering. Verzoekster betwistte dit en stelde dat er slechts sprake is van het delen van een woning zonder financiële verstrengeling.
De voorzieningenrechter toetste het verzoek om een voorlopige voorziening en concludeerde dat volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep sprake is van een gezamenlijke huishouding indien er een zekere mate van financiële verstrengeling is of andere omstandigheden die wijzen op wederzijdse verzorging. Verzoekster moest aantonen dat er een zakelijke relatie bestaat met duidelijke en controleerbare afspraken, wat zij niet deed.
Daarom oordeelde de voorzieningenrechter dat het besluit van verweerder om de WWB-uitkering te weigeren terecht is en dat er geen spoedeisend belang is voor een voorlopige voorziening. Het verzoek werd afgewezen en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van zakelijke relatie en gezamenlijke huishouding.