ECLI:NL:RBHAA:2008:BF0024
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag overdrachtsbelasting na intrekking landgoedaanduiding
Eiser en zijn echtgenote verkregen een perceel grond, landgoed “Y”, waarvoor zij vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van de Natuurschoonwet hadden aangevraagd en verkregen met terugwerkende kracht tot de aankoopdatum. Later werd de beschikking tot rangschikking als landgoed ingetrokken wegens niet-naleving van het beplantingsplan. Naar aanleiding daarvan legde de Belastingdienst een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op.
Eiser voerde aan dat de vrijstelling terecht was verleend en niet met terugwerkende kracht kon worden ingetrokken. Daarnaast stelde hij dat andere eigenaren in het gebied wel vrijstelling hadden gekregen en dat hij mocht vertrouwen op het uitblijven van een uitspraak op bezwaar. De rechtbank oordeelde dat de intrekkingsbeschikking onherroepelijk was en dat de belastingheffing daarop gebaseerd was conform artikel 9c van de Natuurschoonwet.
De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat niet was aangetoond dat vergelijkbare gevallen gelijk waren behandeld. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het uitblijven van een uitspraak op bezwaar geen rechtsgevolg heeft en beroep openstaat tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting.