ECLI:NL:RBHAA:2008:BF0674
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op defaultverklaring reisagenten door IATA bij betalingsopschorting wegens insolventierisico's
De Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen (ANVR) vorderde in kort geding dat IATA Netherlands B.V. zou worden verboden om reisagenten die aangesloten zijn bij ANVR in default te verklaren of sancties op te leggen bij opschorting van betalingen aan luchtvaartmaatschappij Alitalia, die faillissementsproblemen kende. ANVR stelde dat reisagenten op grond van artikel 6:263 BW Pro de betaling mochten opschorten omdat zij goede gronden hadden te vrezen dat Alitalia haar verplichtingen niet zou nakomen.
IATA Netherlands voerde verweren aan, waaronder het ontbreken van spoedeisend belang, het niet van toepassing zijn van artikel 6:263 BW Pro op de situatie na 29 augustus 2008, het bestaan van alternatieven voor reisagenten en dat zij voldoende maatregelen had getroffen om de belangen van reisagenten te beschermen, waaronder een borgstelling van € 50 miljoen door Alitalia.
De rechtbank oordeelde dat IATA en IATA Netherlands een machtspositie innemen en dat misbruik van die positie onrechtmatig is. Echter, gelet op het door de bodemrechter gewezen vonnis en de belangenafweging in kort geding, concludeerde de rechtbank dat IATA Netherlands voldoende had gedaan om het belang van de reisagenten te beschermen. De vordering van ANVR werd daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van ANVR wordt afgewezen omdat IATA voldoende maatregelen heeft getroffen om de belangen van de reisagenten te beschermen.