ECLI:NL:PHR:2012:BX0345
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en mededingingsrecht bij betalingsregeling tussen reisagenten en luchtvaartmaatschappijen
Deze zaak betreft een geschil tussen de Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen (ANVR) en haar leden, onder wie diverse reisagenten, en International Air Transport Association (Netherlands) B.V. (IATA-N). De reisagenten vorderen schadevergoeding en verklaringen voor recht vanwege het onrechtmatig handelen van IATA-N, die hen 'in default' verklaarde toen zij betalingen opschortten wegens financiële problemen bij luchtvaartmaatschappij Dutch Caribbean Airlines (DCA).
De kern van het geschil ligt in de toepassing van het Billing and Settlement Plan (BSP), een regeling van IATA voor de inning en verwerking van betalingen voor vliegtickets. IATA-N voert deze regeling in Nederland uit. De reisagenten beroepen zich op hun opschortingsrecht ex artikel 6:263 BW Pro vanwege de vrees dat DCA haar vervoersverplichtingen niet zou nakomen. IATA-N verklaarde hen daarop 'in default', waardoor zij geen tickets meer konden verkopen via het BSP.
De rechtbank wees de vorderingen grotendeels af, maar stelde een comparitie in voor nadere inlichtingen over schadevergoeding. Het hof vernietigde het vonnis en wees de vorderingen alsnog af, onder meer omdat IATA-N geen partij is bij de PSAA-overeenkomsten tussen reisagenten en luchtvaartmaatschappijen en geen zelfstandige economische machtspositie heeft. Het hof oordeelde dat de nietigheid van het BSP wegens strijd met mededingingsrecht niet automatisch verplichtingen schept voor IATA-N jegens de reisagenten. De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat de reisagenten hun stelplicht en bewijslast niet hebben voldaan om een machtspositie en misbruik daarvan aan te tonen. Ook is de opschorting jegens IATA-N niet mogelijk omdat zij niet de contractspartij is. De regeling van het BSP derogereert art. 6:263 BW Pro niet, maar voorziet in alternatieve waarborgen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; IATA-N handelde niet onrechtmatig jegens de reisagenten.