ECLI:NL:RBHAA:2008:BF0913
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.J. Hummel
- R.G. Kemmers
- H.A.M. Röell-Mulder
- Rechtspraak.nl
Correcte toepassing artikel 3.154 lid 8 Wet IB 2001 bij middeling inkomensbelasting
Eiser heeft een verzoek tot middeling van de inkomensbelasting ingediend over de jaren 2002 tot en met 2004, waarbij hij een hogere teruggave vordert dan door de Belastingdienst toegekend. Centraal staat de uitleg van artikel 3.154, lid 8 van de Wet IB 2001, dat bepaalt dat indien in het middelingstijdvak het jaar is begrepen waarin de belastingplichtige 65 jaar wordt, de premies volksverzekeringen voor alle jaren in dat tijdvak worden gesteld alsof AOW-premie in al die jaren verschuldigd was.
Eiser betoogt dat deze bepaling alleen geldt indien in het middelingstijdvak daadwerkelijk AOW-premie is verschuldigd in enige maand, hetgeen volgens hem niet het geval is. De rechtbank verwerpt dit standpunt en stelt dat de tekst van de wet geen ruimte laat voor deze interpretatie. Het feit dat eiser in 2002 zijn 65e verjaardag bereikte, maakt dat de premies volksverzekeringen voor alle jaren 2002, 2003 en 2004 moeten worden gesteld op het AOW-premiebedrag.
De rechtbank overweegt verder dat de omstandigheid dat eiser zijn onderneming moest staken bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, en de hypothetische situatie dat hij een maand eerder geboren zou zijn, geen aanleiding geven om af te wijken van de wettelijke regeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De uitspraak is op 20 augustus 2008 gedaan door de rechtbank Haarlem, sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de berekening van de middelingsteruggaaf wordt ongegrond verklaard.