ECLI:NL:RBHAA:2008:BF1787
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij intrekking bijstandsuitkering vreemdeling met uitstel van vertrek
Verzoeker, een Liberiaanse vreemdeling, ontving een bijstandsuitkering op grond van de WWB die per 14 maart 2008 werd ingetrokken nadat de IND zijn verblijfscode aanpaste. Verzoeker had uitstel van vertrek gekregen op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege zijn gezondheidstoestand, maar beschikte niet over een verblijfsvergunning die hem gelijkstelde aan een Nederlander voor bijstandsdoeleinden.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening omdat hij in een noodsituatie verkeerde, met financiële problemen en risico op psychische achteruitgang. Hij stelde dat het koppelingsbeginsel buiten toepassing moest blijven omdat hij Nederland niet kon verlaten en dat de Nederlandse Staat zorgplicht had op grond van internationale bepalingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker wel rechtmatig verblijf had op basis van uitstel van vertrek, maar dat dit geen grond was voor bijstand. Daarnaast had verzoeker niet aannemelijk gemaakt dat het COA zijn opvangverplichtingen niet nakwam. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er was geen reden om het besluit tot intrekking van de bijstand te schorsen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.