ECLI:NL:RBHAA:2008:BG3295
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling bestuurder voor kennelijk onbehoorlijk bestuur bij niet-betaling belastingschulden
Eiser, bestuurder en aandeelhouder van A BV, werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loon- en omzetbelasting over meerdere jaren, inclusief boetes, rente en kosten. De aansprakelijkstelling volgde op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990, omdat A BV niet tijdig melding deed van betalingsonmacht.
Eiser betwistte de aansprakelijkheid en voerde aan dat hij niet verantwoordelijk was voor het niet tijdig melden van betalingsonmacht en dat het enkele niet nakomen van fiscale verplichtingen niet automatisch leidt tot kennelijk onbehoorlijk bestuur. Hij verwees naar eerdere jurisprudentie en stelde dat hij pogingen had gedaan de onderneming te redden.
De rechtbank oordeelde dat eiser als bestuurder verantwoordelijk was voor het financiële beleid en toezicht op de administratie. Ondanks pogingen tot delegatie bleef eiser verantwoordelijk voor een juiste administratie. Het niet tijdig melden van betalingsonmacht en het doen van investeringen die de liquiditeitspositie verslechterden, duidden op kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank concludeerde dat eiser terecht aansprakelijk is gesteld voor de belastingschulden, boetes, rente en kosten. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aansprakelijkstelling wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.